Informatie

Erfgoedmanifestatie 2016

lvbhb

Achtergrondinformatie van de manifestatie te Vreeswijk

Klippers, tjalken, stoomslepers, pakschuiten en Luxe Motors te gast in Vreeswijk

Van 29 juli tot en met 31 juli 2016 meren zo'n 250 historische schepen af in binnenvaartdorp Vreeswijk. Het laatste weekend van juli is namelijk traditioneel het manifestatieweekend van de landelijke vereniging "Het Historisch Bedrijfsvaartuig". In dat weekend heeft Vreeswijk een deel van de grootste collectie Varend Erfgoed ter wereld op bezoek!

 

Binnenvaart

Uit alle Nederlandse provincies varen historische schepen naar Vreeswijk om aanwezig te kunnen zijn op de jaarlijkse manifestatie van de vereniging. De vereniging bestaat uit enthousiaste mensen die in het bezit zijn van, of affiniteit hebben met, historische bedrijfsvaartuigen. Met name binnenvaartschepen, zowel zeilende als motorschepen, zullen de trossen vastleggen. Ze zullen zich welkom voelen in Vreeswijk, het dorp met de 3 sluizencomplexen op steenworp afstand van elkaar en het oudste schippersinternaat van Nederland.

 

Initiatief

Het initiatief voor de manifestatie in 2016 komt van de stichting Museumwerf Vreeswijk. Op deze werf is het mogelijk schepen te (laten) repareren. Deze schepen dienen wel (voormalige) bedrijfsvaartuigen zijn en ook moet het schip historisch zijn, dat wil zeggen ouder dan 50 jaren. De organisatie van dit grote nautische evenement, in juli 2016, ligt in handen van de Manifestatiewerkgroep: schippers van de museumhaven Vreeswijk.

 

1400 schepen

In de Vereniging Het Historisch Bedrijfsvaartuig hebben de eigenaren van zo'n 1400 historische bedrijfsvaartuigen zich verzameld. Historische bedrijfsvaartuigen zijn schepen, waarmee de oorspronkelijke schipper vroeger zijn brood verdiende door de handel, de beurtvaart, de passagiersvaart of de sleepvaart. De huidige (particuliere) eigenaren restaureerden vaak jarenlang en met 2 rechterhanden hun schip. Dankzij hun inspanningen bezit Nederland nog steeds een prachtige collectie voormalige bedrijfsvaartuigen.

 

Sterke verhalen

Tijdens deze jaarlijkse manifestatie treffen niet alleen (oud)schippers van de vereniging elkaar. Vanzelfsprekend zullen zij tijdens dit maritieme evenement ook (sterke) verhalen uitwisselen met (oud)schippers uit Vreeswijk! Er zullen er diverse activiteiten rondom deze schepen, hun opvarenden en het behoud van deze schepen georganiseerd worden. Jaarlijks trekt dit evenement zo'n 15.000 bezoekers.

 

Zelflosser 100 jaar

 

In 1916 werd de zelflosinstallatie met losbak en pal uitgevonden door IJsselschipper Arie Kreuk. Honderden schepen hebben sindsdien gevaren met een zelflosinstallatie, waardoor op iedere willekeurige plek zand en grind konden worden gelost.

Ko Blok, voorzitter van Museumwerf Vreeswijk: ‘Zelflossers hebben een grote rol gespeeld bij de aanvoer van materiaal voor de bouw en wegenbouw en daarmee een belangrijke bijdrage geleverd aan de economische ontwikkeling van Nederland.’

De Museumwerf Vreeswijk en de Arie Kreuk Stichting zullen in 2016 daarom aandacht besteden aan dit jubileum.

 

Oproep fotomateriaal

 

Voor de tentoonstelling en het boek ‘100 jaar zelflosser’ zoekt de Museumwerf foto’s, films, attributen en verhalen over het werken met de zelflosinstallatie. Oud-schippers wordt gevraagd contact op te nemen als ze daarover beschikken.

 

NK Baklopen

 

Zaterdag 30 juli 2016 zal er tijdens de reünie van Het Historisch Bedrijfsvaartuig in Nieuwegein een losdemonstratie plaatsvinden met meerdere schepen. Op die dag worden ook de Open Nederlandsche Kampioenschappen Baklopen gehouden.

Ko Blok: ‘Wij dagen alle oud-zandschippers uit om hun techniek te komen demonstreren in Vreeswijk!’

 

De zelflosinstallatie

Door Ko Blok, Arie Kreuk-stichting

 

Eind 19e, begin 20e eeuw ontstond door de groeiende economie een toenemende behoefte aan bouwstoffen, zoals zand en grind.

Mede door de ligging van de winplaatsen van zand en grind aan het water, speelde de binnenvaart een belangrijke rol bij het transport van zand en grind.

Het winnen van zand gebeurde handmatig. Het zand werd met behulp van lange stokken voorzien van een ijzeren of stalen beugel met een zak erom, uit de rivier gebaggerd: het zogenaamde beugelen. Het lossen gebeurde ook met de hand met behulp van kruiwagens en manden.

 

Losbak

 

Rond 1915 begon schipper Arie Kreuk uit Nieuwerkerk aan de IJssel te experimenteren met het lossen van zand en grind met behulp van mast en giek. Hij gebruikte daarvoor kruiwagens en manden, die hij door middel van de giek overzette van het schip naar de wal.

Naar verluidt raakte hij geïnspireerd door een losbak die hij zag bij de Beendermeelfabriek in Delft. Daar stond op de wal een kraan waarmee binnenschepen werden gelost. Deze kraan was voorzien van een losbak met pal. De bak werd gevuld in het ruim van de schepen, omhoog gehesen, boven de wal gedraaid en vervolgens door het lichten van de pal kiepte de bak de lading op karren. Dit systeem met de losbak met pal vormt het hart van het door Arie Kreuk ontwikkelde zelflossysteem.

 

De bakloper aan het werk met de losbak. Links is nog net de zijschroef zichtbaar. Deze schroef werd voortgedreven door een motor waar ook de lier op aangesloten was.

Foto uit de collectie Jaap Boersema v/h Thijs van Rossum

 

De werking

Het systeem werkt als volgt: de giek van het schip wordt schuin boven de wal gepositioneerd. Men spant een draad van de zijkant van het ruim naar de top van de giek, de zogenaamde rijdraad. Over deze rijdraad loopt een groot blok (rijblok), waaraan het bakkenblok met losbak zit.

De bak wordt omhooggetrokken met het hijsdraad, verbonden aan een motorlier op het voordek van het schip, die bediend wordt door een lierman of -vrouw. De lege bak komt langs de rijdraad naar beneden en wordt in het (met zand gevulde) laadruim opgevangen door de bakloper. Deze trekt de bak achterover en loopt met de bak onder in het ruim. De bakloper zet de bak in het zand. Vervolgens loopt de volle bak over de rijdraad naar de top van de giek. Eenmaal boven de plek waar het zand moet worden gelost boven de wal, trekt de lierman aan een lijn die verbonden is met de pal van de losbak, waarna de bak kiept en de lading zand lost.

Tijdens het NK Baklopen kunt u zien hoe het lossen met deze installatie in zijn werk gaat.

 

 

 

Toepassing

 

Dit systeem werd door Arie Kreuk voor het eerst toegepast in 1916. Het betekende een enorme productiviteitsverbetering. Bovendien kon men met behulp van dit systeem met mast en giek op allerlei plekken lossen.

De eerste zelflosinstallaties werden geïnstalleerd op zeilschepen (tjalken, klippers, aken) van schippers van de Hollandse IJssel en de Merwede. Omdat voor de aandrijving van de loslier een motor nodig was, bedacht men later deze motor ook te gebruiken voor de voortstuwing middels de zogeheten zijschroefinstallatie.

Het betreft hier schepen van zo rond de 40 en 150 ton aan laadvermogen. Ook in Vreeswijk verschenen in de jaren ‘20 van de vorige eeuw de eerste zelflossers.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een zandschip, mogelijk uit Vreeswijk, wordt gelost met de zelflosinstallagie in Utrecht naast de Draadnagelfabriek Neerlandia. Fotograaf en jaar onbekend.

 

In de 2e helft van de jaren ‘20 werden de eerste motorschepen met zelflosinstallaties gebouwd van rond de 150 ton. Daarna vond een enorme schaalvergroting plaats: grotere schepen (tot wel 500 ton!), langere gieken, grotere losbakken, zwaardere lieren en liermotoren. Schepen voorzien van een zelflosinstallatie werden ook gebruikt voor het lossen van andere schepen, het zogenoemde overslaan.

De zelflosinstallatie is tot in de jaren ‘80 in gebruik geweest. Er zijn tussen 1916 en 1970 honderden schepen voorzien van een zelflosinstallatie. Arie Kreuk heeft er nooit patent op aangevraagd.

 

De zelflosinstallatie is een prachtig voorbeeld van de vindingrijkheid van de binnenvaart. Mede door de zelflosinstallatie speelt de binnenvaart tot op de dag van vandaag een belangrijke rol bij het transport van zand en grind.

 

 

 

 

Copyright © All Rights Reserved